Volgens het Nieuw Testament wordt met het kruis dragen geen menselijke ervaring bedoeld, maar een godsdienstige houding.
Het kruis van Christus, en het kruis, dat wij Christus achterna moeten dragen, is maar niet het droevig lot op zichzelf, dat de mens verder moet brengen, doordat hij het zo goed mogelijk verdraagt, maar het leed dat aanvaard wordt van anderen.
Het kruis dient nooit om het eigen ik te redden, maar steeds om de zelfverloochening, die anderen wil zegenen. Lijden is op zichzelf geen verdienste, zegenend zelfverloochenend lijden om anderen — dat is kruisdragen.
Er is ook geen zelfverloochening, zoals God ze bedoelt, zonder Christus, omdat er zonder Christus geen zelfkennis bestaat en omdat slechts zelfonderzoek tot zelfverloochening leiden kan.